Boven op deze anonieme parkeergarage wordt een experiment uitgevoerd. Rijen aan zonnecollectoren vangen de warmte van de zon, en voegen dit toe aan het stadswarmtenet in Amsterdam Noord.

Het warmtenet boven het IJ heeft in principe één warmtebron. Alle warmte komt in twee grote buizen onder de rivier door, vanuit de afvalverbranding in de haven in West. De afvalverbranding heet daarom ook wel het ‘Amsterdams Energie Bedrijf’ (AEB). Bij de verbranding komt warmte vrij, wat verder niet gebruikt wordt. Dit heet restwarmte.
Overal in de stad zijn processen te vinden waarbij warmte overblijft. Denk aan grote koelinstallaties (van supermarkten, datacentra of ijsbanen), maar ook aan industrie (zoals elektriciteitscentrales). In theorie kan al die restwarmte worden opgevangen en aan de stadsverwarming worden toegevoegd. In de praktijk gebeurt dat nu nog niet veel.

Op deze plek test het energiebedrijf dus een extra warmtebron uit: zonnewarmte. Op het dak liggen 28 zonnecollectoren. Elke collector bestaat uit 60 glazen buizen. De buizen functioneren een beetje als een mini-broeikas. Er zit een alcohol-achtige vloeistof in, die door het reflecteren van het glas wel 160 graden wordt.

De collectoren liggen niet plat op het dak, maar onder een hoek. Als de vloeistof opwarmt, stroomt het naar boven toe. De buizen raken daar een leiding met koud water aan, wat door de vloeistof wordt opgewarmd. Als het warm genoeg is, zwaait er een klein klepje open en stroomt het water naar de technische ruimte. Daar wordt de warmte afgegeven aan de dikke buizen van het stadswarmtenet.
Dit zonnedak heeft als extra warmtebron nu nog een minuscuul aandeel in het warmtenet. Maar als het succesvol is, is dat in de toekomst wellicht anders. Wie weet worden er dan meer (rest)warmtebronnen aangesloten. Zo kan dat gaan, met experimenten.
Bekijk hieronder de animatie die ook op locatie te zien is.
Meer over het warmtenet leer je bij Inkijkje nr 4 op de Ridderspoorweg. Over het warmtewisselen in technische ruimtes leer je meer bij Inkijkje nr. 6 op de Asterweg.