Achter de grijzen deuren van deze parkeergarage gebeurt iets bijzonders. In een kleine ruimte vol kleurrijke buizen en pijpleidingen, wordt water opgewarmd voor de appartementen in de buurt. De warmte komt uit een diep gat in de grond (een ‘warmte-koudeopslag’) en het stadswarmtenet. Je kunt hier zien hoe de verschillende warmte-circuits elkaar versterken.

Een warmte-koudeopslag (WKO) is een systeem met twee hele diepe boorputten in de grond. In een zandlaag, op 180 meter diep, wordt warm of koud water bewaard. In de zomer wordt er vooral warm water naar beneden gestuurd. Daar blijft het warme water goed op temperatuur. In de winter wordt het er weer uitgepomp, en wordt er juist koud water naar beneden gestuurd.
Het warme water dat uit de WKO omhoog wordt gepompt is eigenlijk maar lauw. Het is 21 graden, en dat is lang niet genoeg om je huis mee op te warmen. In de technische ruimte die je hier kan zien, worden twee andere systemen ingezet om de temperatuur van het water omhoog te krijgen.

Rechtsonder in de tekening zie je het lauwe water uit de WKO komen. Het belandt direct in een warmtepomp. Hier geeft het water uit de grond warmte af aan een intern watercircuit, wat vervolgens doorreist naar de warmtewisselaar.

In de doos van de warmtewisselaar zitten dunne metalen plaatjes. Ons water uit de warmtepomp loopt door elk tweede laagje. In de andere lagen stroomt heet water van ongeveer 70 graden. Om en om dus. Het hete water komt uit het stadswarmtesysteem dat in de hele buurt onder de grond ligt.
De verschillende systemen wisselen geen fysiek water uit, maar wisselen warmte met elkaar uit via het metaal dat ertussen zit. Het water dat vervolgens uit de wisselaar komt, is meer dan 60 graden warm. Dat moet ook, want zo’n hoge temperatuur voorkomt legionella. In dit vat wordt het warme water opgeslagen.

Het circuit met heet water loopt door meerdere gebouwen rondom de parkeergarage. In de appartementen wordt de warmte weer aan een eigen, lokaal circuit van water afgegeven. Je mengt het dan zelf met koud water wanneer dat nodig is. Douchen doe je bijvoorbeeld op een lagere temperatuur. Het systeem zorgt voor heet water, en gebruikt dat voor douche, kraan en verwarming.
Overigens gebeurt dit alles in de zomer precies andersom! Dan wordt het koude water omhoog gepompt. Vervolgens gaat er dan gekoeld water richting de vloerverwarming van de woningen. Een soort airco dus eigenlijk.
In een periode van vijf jaar moet de ondergrondse temperatuur gelijk blijven. Er is dan dus evenveel warmte als koude naar beneden gestuurd. Oh en ‘koude’, dat spreek je uit als koud-te.
Hier kun je de volledige tekening bekijken. Meer over het ondergrondse netwerk van stadswarmte, leer je bij Inkijkje nr. 4 op de Ridderspoorweg. Meer over WKO's leer je bij Inkijkje nr. 8 op de Grasweg.